Skip to the content

(R)EVOLUTIE BINNEN DE BELGISCHE MAATSCHAP. NIEUWE VERPLICHTINGEN.

(R)EVOLUTIE BINNEN DE BELGISCHE MAATSCHAP. NIEUWE VERPLICHTINGEN.

Bij Wet van 15 april 2018 werd het Belgisch ondernemingsrecht op een aantal vlakken gewijzigd. Deze wetswijziging heeft ook belangrijke gevolgen voor de voormalige ‘burgerlijke maatschap’. Voortaan zal de maatschap als een “onderneming” worden beschouwd met de daar bijhorende verplichtingen.

We lichten hierna toe wat de wijziging van het ondernemingsbegrip concreet betekent voor de maatschap.

1. Verplichte inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO)

Net zoals dit geldt voor vennootschappen met rechtspersoonlijkheid, vzw’s en stichtingen zal de maatschap voortaan verplicht zijn om zich te registreren bij de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO). De KBO is de databank van de FOD economie waarin alle basisgegevens van iedere Belgische “onderneming” worden opgenomen. De maatschap zal n.a.v. de inschrijving in de KBO ook een ondernemingsnummer krijgen.

Voor nieuwe maatschappen (opgericht na 1 november 2018) is deze regelgeving onmiddellijk van toepassing. Zij zullen zich moeten inschrijven in de KBO voorafgaand aan de aanvang van hun activiteiten.

De bestaande maatschappen beschikken in principe tot eind april 2019 om zich bij een ondernemingsloket naar keuze in te schrijven. Dit is een verantwoordelijkheid die rust op de zaakvoerders van de maatschap.

Deze inschrijvingsverplichting heeft echter tot gevolg dat een van de belangrijkste voordelen van de voormalige burgerlijke maatschap verloren gaat, nl. de grote discretie. Om hieraan tegemoet te komen, overwegen bestaande maatschappen best een naamswijziging voor eind april 2019 (voorzover de (familienamen) van de maten in de vennootschapsnaam voorkomen).

2. Toepassing van boekhoudkundige verplichtingen

Als “onderneming’ zal de maatschap een boekhouding moeten voeren die past bij haar aard en omvang.

Dit betekent onder meer dat de maatschap voortaan een dubbele boekhouding moet voeren indien haar omzet hoger is dan 500.000 EUR per jaar. Maatschappen die deze omzetdrempel niet halen, mogen zich beperken tot een vereenvoudigde boekhouding (bestaande uit een aankoopboek, een verkoopboek, een financieel dagboek en een inventarisboek).

Ook zal de maatschap haar boekhouding (en verantwoordingsstukken) voortaan gedurende een periode van minstens 7 jaar (voor sommige stukken slechts drie jaar) moeten bewaren.

Een jaarrekening zou vooralsnog niet moeten worden neergelegd of gepubliceerd.

Voor nieuwe maatschappen (opgericht na 1 november 2018) zijn de nieuwe regels onmiddellijk van toepassing. Voor de bestaande maatschappen (opgericht vóór 1 november 2018) maakt de wetgever een onderscheid al naargelang de aanvang van het eerstvolgende boekjaar:

(1) Loopt het boekjaar gelijk met het kalenderjaar, dan gaan de verplichtingen in vanaf het boekjaar dat op 1 januari 2020 start;

(2) Loopt het boekjaar niet gelijk met het kalenderjaar, dan is de regelgeving onmiddellijk van toepassing voor elk boekjaar dat start na 01.04.2019;

(3) Start het boekjaar uiterlijk op 01.04.2019, dan krijgt de maatschap tijd tot de start van het eerste boekjaar in 2020.

3. Risico op hoofdelijke aansprakelijkheid voor de maten

Het nieuwe statuut van de maatschap heeft ook verregaande gevolgen voor de deelgenoten van de maatschap.

Voortaan kunnen de maten hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld voor de schulden van de maatschap, aangegaan vanaf 1 november 2018. Dit is een belangrijke wijziging, vermits de deelgenoten van de maatschap voorheen enkel aansprakelijk waren ten belope van hun deel in de maatschap. Vanaf 1 november zullen de maten (en hun privévermogen) dus voor de totaliteit van de schulden aangesproken kunnen worden, zelfs wanneer zij bijvoorbeeld slechts 1 % deel uitmaken van de maatschap.

In de commentaren op de nieuwe wet zijn er auteurs die argumenteren dat deze hoofdelijke aansprakelijkheid uitgesloten zou kunnen worden in de statuten van de maatschap. Dit zou uiteraard een belangrijk element kunnen zijn om de aansprakelijkheid van de maten te beperken. Het is nog af te wachten of dit ook effectief zo aanvaard zal worden omdat dit niet uitdrukkelijk door de wet is voorzien. In elk geval is het aangewezen om de huidige statuten van de maatschap in die zin al aan te passen. Dit laatste is des te meer van belang indien er minderjarigen betrokken zijn bij de maatschap.

4. Ten overvloede: UBO

Onverminderd de wijziging van het ondernemingsrecht, brengen wij graag nog onder de aandacht dat de maatschap als vennootschap ook onderworpen is aan de nieuwe UBO-regelgeving.

Uiterlijk op 31.03.2019 zullen de uiteindelijke begunstigden (UBO’s) van de geregistreerd moeten worden in het UBO-register.

Aangezien niet enkel de bevoegde autoriteiten, maar ook alle burgers toegang krijgen tot de gegevens gepubliceerd in het UBO-register wordt veel informatie publiek beschikbaar, zodat ook hier de maatschap wordt geconfronteerd met een verlies aan discretie. Ter bescherming van de (familie van) de uiteindelijk begunstigden (UBO’s) heeft de wet voorzien dat er in uitzonderlijke omstandigheden een beperking van de toegankelijkheid van de gegevens in het UBO-register kan worden aangevraagd.

5. Formaliteiten

Deze nieuwe wetgeving vergt een niet te onderschatten investering van tijd en middelen. K law neemt de te vervullen formaliteiten graag uit uw handen, zodat de administratieve last tot een minimum wordt beperkt.

Latest News

Share this

How can we help?

Discover our expertise